Kinderkrant Blog

7 tips voor als een kind niet praat

22 september 2020

 

Wil een kind niet praten? Of komt je gesprek of interview met een kind maar lastig of helemaal niet op gang?

Dat kan gebeuren.

 

Suzanne had dat bijvoorbeeld toen ze Ben interviewde. (Blogpost Ben (10) wilde niet over zijn vakantie praten)

En Nadine (8) bleef stil toen Angelique haar wilde spreken voor een artikel. (Blogpost Nadine (8) maakte geen contact tijdens een interview)

 

Wanneer er volwassenen bij het gesprek of interview aanwezig zijn, kan het gebeuren dat volwassenen onderling óver een kind gaan praten. Soms neemt een ouder of leerkracht het gesprek over. Soms kom je zelf in de verleiding om vragen aan een volwassene te stellen zodat je alsnog aan de informatie komt die je nodig hebt om je artikel te schrijven.

Bedenk dan dat er maar weinig kinderen zijn die echt niet kunnen of willen praten. In veruit de meeste gevallen zit er iets onder dat je kunt oplossen, zodat een kind alsnog gaat vertellen. Het is belangrijk om niet óver een kind te praten, maar mét een kind.

 

Hieronder lees je 7 tips die je kunnen helpen om een gesprek met een kind op gang te brengen én op gang te houden.

 

1. Stel (open) vragen

“Vertel eens iets over je vakantie… ” is meestal niet genoeg om een kind aan de praat te krijgen. Als je specifieke informatie wilt, stel dan specifieke, open vragen die het kind stimuleren om te praten. Vraag bijvoorbeeld: “Wat was het spannendste wat je gedaan hebt tijdens je vakantie?”

 

2. Parafraseer

Vat in je eigen woorden samen wat het kind je vertelt. Op die manier krijg je structuur in het verhaal en nodig je het kind uit om iets toe te voegen of om meer te vertellen.  “Je zei dat de dag naar de dierentuin het spannendste was dat je gedaan hebt…”

 

3. Blijf doorvragen nadat je een antwoord hebt gekregen

Luister geïnteresseerd naar wat het kind vertelt en borduur verder op het antwoord dat je krijgt. “Wat vond je het grappigste dier in de dierentuin?”

 

4. Gebruik de volgende soorten vragen om verder in te gaan op voorbeelden:

Feiten:                Wat gebeurde er toen…?

Gedrag:               Wat deed je toen…?

Gevoelens:         Hoe voelde dat toen…?

Gedachten:        Wat dacht je toen…?

 

5. Controleer de informatie

Vat samen wat het kind heeft verteld om te controleren of je het goed begrepen hebt en vraag: “Heb ik iets gemist?” Als kinderen vragen beantwoorden en een verhaal vertellen doen ze dat meestal niet in chronologische volgorde. Als je de informatie controleert helpt je dat ook om het verhaal helder en in de juiste volgorde te krijgen.

 

6. Geduld

Vergeet niet om pauzes in te lassen. Volg het kind in zijn verhaal op een verbale manier. Bevestig dat je luistert door “hm” of “ja” te zeggen. Vat samen om het kind rust te geven voordat je verder gaat.

 

7. Houd contact

Wees je bewust van de lichaamstaal en de gezichtsuitdrukking van het kind. Kun je hieruit opmaken hoe het kind zich voelt? Wees je ook bewust van je eigen lichaamstaal. Bedenk hoe je op kinderen overkomt. Verwoord die gevoelens die je ziet en hoort in een zin zoals “Je klinkt blij/boos/verdrietig.” Laat zien dat je het kind begrijpt. Geef complimenten en stel het kind gerust.